Koordirigent

Vanaf mijn 16e jaar zing ik in een koor. Ik hou van zingen en van meerstemmigheid.

Heel trots ben ik dat ik sinds 2013 koordirigent ben geweest van het koor TopSecreet. 30 november j.l. heb ik de laatste voorstelling met hen gespeeld. Een daverend succes in Stadsschouwburg  De Harmonie te Leeuwarden.

In 2014 volgde een klassiek getint koor in IJlst.

De ingrediënten van de tweejaarlijkse uitvoeringen waren  o.a. klassiekers zoals het Stabat Mater van Pergolesi, Russische volksmuziek, stukken van  Kurt Weil en close harmony.

Hier en daar heb ik een interim klus gedaan. Tegenwoordig heb ik het koor LilyLeaves onder mijn leiding.

En een nieuw koor is in oprichting.

 

De artistieke leiding krijgen over een enthousiaste groep zangers is een uitdaging die ik wekelijks met veel plezier aanga. Van achter  de piano dirigeer ik een koor al spelend. Zo ontstaat een dynamische band tussen koor en pianist.

Arrangeren van songs voor meerstemmig koor is een van mijn specialiteiten.

Omdat ik de mogelijkheden van het koor ken, zijn mijn arrangementen altijd maatwerk.

Mensen kunnen meestal meer op muzikaal gebied dan ze zelf denken. Ik vind het leuk om de groep op een hoger muzikaal plan te brengen.

En dan bij een optreden een uitvoering presenteren waar je kippenvel van krijgt!

 

Heb je mij nodig voor een koor, het begeleiden van een optreden of een arrangement?

Voor meer informatie gewoon even bellen.

06 44 868 171

Wachtkameretiketten

Het is alweer gelukt! In één keer zonder verdwalen op de plaats van bestemming aangekomen. Bezweet loop ik de wachtkamer binnen. Het was een lange wandeling. Wat is het altijd veel te warm in een ziekenhuis! Jas uit, hondentuig af, tas op de grond, mijn boek pakken en dan even lekker lezen totdat ik aan de beurt ben. Raar eigenlijk dat het altijd zo stil is in een wachtkamer als ik binnenkom.

Vandaag heb ik een controleafspraak bij de chirurg omdat ik mijn vinger gebroken heb. Voorlopig zal ik hier nog vaak komen voor foto’s, handtherapie en controles. Een goede reden om met de hond weer een nieuw traject te verkennen. Dat is leuk werk. Nou ja, werk, je kunt het ook sport noemen. Daarmee houd ik de hond scherp en alert. De kunst is om zo goed mogelijk samen te werken, elkaar aan te voelen en niet te verdwalen.

Wij kennen de route allebei niet. Volgens het navigatieprogramma op mijn telefoon is het 50 minuten lopen. Het eerste stuk is nog bekend terrein, de tweede helft is nieuw, met als hoogtepunt het ziekenhuis. Van de hoofdingang tot de afdeling waar ik moet zijn, is het flink puzzelen. We moeten onze weg vinden door gangetjes, langs t-splitsingen en door klapdeuren.

Spelregels

Het lopen met een geleidehond heeft spelregels. Ik ken de weg, want ik leer een plattegrond uit mijn hoofd of vraag iemand mij de route te beschrijven. Ik stuur de hond aan met het commando ´links´ of ´rechts´.  De hond geeft de afslagen aan door even in de straat te lopen. Zo kan ik tellen, bijvoorbeeld ´derde straat links´. Als we oversteken, bepaal ik het moment waarop we gaan. De hond zorgt er voor dat ik nergens tegen aanloop. Hij wacht bij stoepranden en zoekt zebra’s als ik dat vraag. Het is zaak dat ik de signalen van de hond goed oppik en met hem mee stap. Hij leidt en ik gehoorzaam. Daarvoor beloon ik hem voortdurend met complimenten en soms een koekje. Hij vindt het werken dan nog leuker en manoeuvreert gedreven langs allerlei obstakels.

Obstakels

Mensen zijn onze grootste obstakels omdat ze bewegen. Ze lopen in de weg. De hond en ik hebben er samen flink de pas in. Logisch, want als je altijd alles lopend moet doen, wil je graag opschieten. Ook bemoeien mensen zich met je. Het overkomt me wel eens dat iemand mijn arm pakt en me zomaar meeneemt naar een plek waar ik niet wil zijn. Een ander geliefde bezigheid is de hond te aaien of lieve woordjes tegen hem te zeggen. Menigeen weet niet dat deze afleiding gevaarlijk kan zijn. Immers, als de hond niet oplet kan, z’n baas tegen een paal op botsen of een enkel verzwikken door een afstapje te missen. Hoe goed bedoeld ook, het leidt ons af. Wij doen een spel van hier naar daar en wij willen daar niet bij gestoord worden.

Starende ogen

De wachtkamer zit helemaal vol. Tot nu toe liggen we voor op schema, ik ben ruim op tijd. Blikken vol bewondering schieten langs me heen. Ogen blijven onophoudelijk naar mij staren. Hoe ik dat weet? De hond heeft geen geheimen voor mij. Door kleine bewegingen van zijn kop voel ik dat we bekeken worden. Voor mijn hond reden om waaks te zijn en niet lekker uit te rusten. Wat zouden ze van mij denken als ze zo kijken? Als ze me maar niks vragen, hoop ik tegen beter weten in.

En jawel, daar komt-ie al, de eerste openingszin: “Heb je hem allang??” Ik besluit het niet te horen en lees in mijn boek. Daarop richt de spreker zich tot de andere wachtenden. “Mooi niet, dat het zo kan?” Allerlei praatjes en onwaarheden vullen de ruimte en ik blijf hardnekkig zwijgen. Tijdens het gesprek dat de andere wachtenden voeren over mij en mijn hond, roept de dokter mijn naam. Nu komt het er op aan zo rustig mogelijk op te staan, mijn spullen te pakken, de hond in z’n tuig te doen en dan zonder iets om te stoten naar de man in de witte jas te lopen. Met als extra uitdaging mijn vinger in het gips.

Entertainment

Als ik ga staan valt het meteen stil. En wat je wilt dat niet gebeurt, gebeurt toch….. Ik blijf haken achter een plant en de hond kan niet verder omdat een rollator in de weg staat. En weer wordt ik aangesproken. “Dit doet hij nog niet zo goed, hè? Je hebt hem zeker nog niet zo lang?” Het liefst wil ik mijn hond verdedigen en uitleggen dat we zenuwachtig worden van hun aandacht. Als je ziet dat er iets in de weg staat, zet het dan even aan de kant ja, in plaats van te kijken hoe het mis gaat en dan ook nog even een veronderstelling naar mijn hoofd te slingeren! Ik kom hier niet voor een lezing over geleidehonden en ben evenmin wachtkamer-entertainment. Maar dat zeg ik allemaal niet hardop.

Omgangsvormen

Hoe kan dat toch dat mensen zo graag iets willen weten van iemand die zichtbaar afwijkt van de norm? Kunnen ze hun nieuwsgierigheid niet beheersen? Mag je alles vragen aan elkaar? Hoe zit dat dan met de etiquette van bejegening? Voor mij staat voorop dat je kijkt naar de persoon. Wat vertelt zijn of haar lichaamstaal? Iedereen heeft zes zintuigen gekregen. Mis je er eentje, dan blijven er nog vijf over die je kunt gebruiken. Zo blijft het mogelijk om je medemens te scannen op het eerste gezicht. Daar komt nog bij: in een café gelden andere omgangsvormen dan in een wachtkamer van een ziekenhuis. Misschien heb ik wel iets heel ergs en moet ik mijn carrière als pianist beëindigen. Dan heb je wel wat anders aan je hoofd dan persoonlijke vragen van wildvreemden over mijn minst geliefde onderwerp.

Eenrichtingsgesprek

Is het ongemakkelijk, onbeleefd, bemoeizuchtig? Het maakt niet zoveel uit hoe je het noemt. Het wordt pas vervelend als een van de twee het niet wil en de ander toch aandringt. Contact moet van twee kanten komen. Begrijp me niet verkeerd, ik houd ervan om bewonderd te worden en een goed gesprek is ook nooit weg. Maar het is prettig als je samen het gespreksonderwerp kiest, en daar schort het aan bij zo’n eenrichtingsgesprek met wildvreemden.

Rijles

Onlangs ben ik 50 geworden. Een goede reden voor een groot tuinfeest met al mijn familie, vrienden en collega’s. Ik bereid me alvast voor op de vraag of ik ook wensen heb. Eigenlijk heb je op deze leeftijd alles al. Totdat me iets te binnen schiet. Ik zou wel eens in een auto willen rijden. Ik besluit een bijdrage te vragen om rijles te kunnen nemen. Het heeft me altijd geweldig geleken in een auto op de linker voorstoel plaats te nemen en dan eens flink het gaspedaal in te drukken.

Ik heb geluk. Half september, mooi weer voor een nazomerfeest. De gasten druppelen binnen en daarmee eveneens meerdere envelopjes met inhoud. Een enkeling vind het een grappige cadeauwens. Ja, ja jij… autorijden? Koop daar maar wat moois voor!

De opbrengst is groot genoeg voor meerdere rijlessen. Het regelen daarvan is een heel ander verhaal. Je mag namelijk niet zomaar op de openbare weg als je niet aan de medische voorwaarden voldoet. Voor autorijden is dat een goed zicht. Welke rijinstructeur wil dit avontuur met mij aangaan?

Na veel speurwerk vind ik iemand. Hij gaat zijn best doen een circuit te vinden waar ik ongestoord mijn gang kan gaan. We krijgen toestemming om op het oefenterrein van de buschauffeurs in Drachten te rijden. Als de leerling-chauffeurs middagpauze hebben, mogen wij het parcours op.

Op een bewolkte oktoberdag haalt de instructeur me van huis. Onderweg kletsen we over van alles en nog wat. Ik heb er zin in. Wel ben ik een beetje gespannen. Als we arriveren, is het parcours al leeg. Tijd om van plaats te wisselen. Voordat ik aan de bestuurderskant instap, zet ik mijn tas op de achterbank. Dan laat ik de hond achterin springen. Net echt allemaal. Tot zover gaat het goed. Ik krijg de sleutel en ga zitten. De stoel afstellen, gordel vast maken – wat onhandig zeg, met rechts! Ik start de auto. Wat er dan gebeurt, is geweldig. IK rijd weg! Een lang gekoesterde wens gaat in vervulling.

Mijn bijrijder is iets minder enthousiast. Een lantaarnpaal komt al snel dichterbij. De eerste ingreep is daar. Bovendien mag ik niet links over de rotonde en door het gras mag ook al niet. De vluchtheuvel laat ik, naar mij wordt verteld, rechts liggen. Op het rechte stuk weg rijden we 95 km per uur. Wauw, wat snel! Ik draai bochtjes, rijd achteruit en slinger over de weg. Daar komt weer de wegversmalling. Tsja, zonder hulp word dat helemaal niks.

Even is de kick fantastisch, maar na een half uurtje heb ik er schoon genoeg van. Ik krijg het nooit voor elkaar. Dat stoort me. Raar, dat ik al doende toch even het gevoel had tekort te schieten over iets wat ik nooit zal kunnen.

Een nieuw inzicht komt bij me op. Waarom investeren in iets wat je niet kunt? Ik dacht altijd dat je alles kunt halen, wanneer je maar vreselijk je best doet. Het ‘niet kunnen’ was bij mij ver te zoeken. Luiheid was, zo dacht ik, de grootste oorzaak van mislukken. Hoe ik ook mijn best doe, zonder zicht geen rijbewijs. Dit cadeau pakte heel verrassend uit. Een bruikbaar inzicht voor de tweede helft van mijn leven. Je hoeft echt niet alles te kunnen. Doe waar je goed in bent.

 

 

Massagegodinnen

Wat is het toch een bijzondere week, zo’n Nijmeegse massage vierdaagse. Hard werken met elkaar om de wandelaars op de been te houden. Op mij heeft het een ontspannende werking om me na een seizoen dameskoren en muziekles, een week lang onder te dompelen in de wereld van de massage.

Het was mijn zevende keer binnen tien jaar. Helemaal groen ben ik dus niet meer. Hoewel het evenement hetzelfde is gebleven, bemerk ik in die tien jaar toch kleine veranderingen. De jonge wandelaars die de tocht voor het eerst lopen, lagen nog in hun kinderledikantjes toen ik aantrad in het massage-weekteam. Wat me opvalt aan deze nieuwe lopers is dat ze kleinzerig zijn. Een fors aantal had pijn in beide knieën, beide heupen en enkels. O ja, en ook de nek en onderrug waren pijnlijk aangedaan. Dat klinkt als een typisch verschijnsel van langdurig wandelen, ook wel overbelasting genoemd.

Ook lijkt het succes van wandelen onder jonge mensen maakbaarder geworden. Op internet is van alles te vinden over de voorwaarden voor een geslaagde tocht. Goed voorbereid vroeg men om gekleurde tapes, preventief masseren en pijnstillers. Ik ben benieuwd hoeveel pillen en hoeveel kilometer tape er gebruikt zijn afgelopen week!

Voor een blinde masseur is de zelftaper een waar voelfeest. Een cliënt die last had van z’n rug had een oerbos op zijn rug laten tapen. Ik ben benieuwd waar je de cursus Kunstzinnig tapen voor beginners kunt volgen.

Wat heel vertrouwd is, zijn de zweetvoeten, de geur van pleisters en het gezellige geroezemoes op de poli. Ik kan dan zo heerlijk wegdromen als ik een kuit onderhanden neem. Zeker eentje van een mooie gespierde man.

Wat ook hetzelfde is gebleven, zijn de complimenten. “Fijn dat jullie er zijn!”, “Jullie zijn de helden van deze week!” “Oh, wat heerlijk, daar heb ik de hele dag naar uitgekeken!” Het mooiste compliment kreeg ik deze week van Mounir. Hij maakte deel uit van het Kleurrijke Wandelteam uit Rotterdam, een initiatief van een Rotterdamse theatermaker en de organisatie van de Vierdaagse. Het doel is om meer nieuwe Nederlanders te laten deelnemen aan het evenement.

Het is bekend dat snelle lopers uit warme landen komen. Ze hebben tanige lijven met compacte spieren. Mounir kwam uit Marokko, een lange man die verlichting zocht voor zijn strakgespannen kuiten. Het was een uitdaging om ze los te krijgen. Na een flinke tijd schudden, strijken en kneden had ik mijn doel bereikt. Hij was buitengewoon verrast en tevreden, lyrisch over het resultaat, ik was zijn godin, hij wilde ter plekke een afspraak voor de volgende dag inplannen. Waarop ik tot mijn spijt moest antwoorden dat dat helaas niet ging. Als ik tien jaar jonger was geweest, had ik vast vlinders in mijn buik gehad.

Nieuwe deelnemers introduceren nieuwe complimenten. Wat mij betreft is dat een verandering ten goede. Ik ben benieuwd wat ik volgend jaar zal aantreffen!

Handvatten

“Kom eens naar beneden!”, roept mijn moeder van onder aan de trap. Er is bezoek. Nu moet ik naar beneden komen en de visite gedag zeggen. Gedag zeggen houdt in: de kamer rond en iedereen een hand geven. Ik had daar een gruwelijke hekel aan. 

Wat ik wel heel interessant vond, was hoeveel soorten handen er waren. Welke hand bij welke stem hoorde. Ook de druk van de hand was bij iedereen anders. Je hebt kleine handen met een pinnige handdruk, grote handen met een weke handdruk, de vriendelijke hand, de plakhand, de schudhand en zelfs de tweehandige handdruk. De lengte van het vasthouden van elkaars hand is ook verschillend. De een kort en stevig tot en met de hand die ritmisch met iedere lettergreep in je hand knijpt. Van-har-te-ge-fe-li-ci-teerd! Ook kan het heel ongemakkelijk zijn als iemand je hand langer vast wil houden dan jij wilt.

High five

Een hand geven is beleefd. Je kijkt elkaar aan en geeft een stevige hand. Is het een nieuwe kennismaking, dan zeg je duidelijk je voor- en achternaam. Door deze beleefdheidscode in acht te nemen, kom je zelfverzekerd over. Een prettig uitgangspunt voor een kennismaking.

Het verschijnsel ‘elkaar begroeten met een handdruk’ is voor iedereen een koud kunstje. In het voorbij gaan snel een hand uitsteken, een high five of elkaar aankijken en een intense hand geven. Zeker als je volwassen bent, is dat een gebruik geworden. Een stukje van je voorkomen. Je hebt geleerd hoe je overkomt bij de ander en hoe je dat kunt sturen.

De verkeerde kant hand

Nooit hoor ik iemand praten over het elkaar de hand geven aan de verkeerde kant. Twee handen die ongemakkelijk langs elkaar schampen of met ringvinger en pink verstrikt raken in de hand van de ander. Zeg dan nog maar eens duidelijk je naam. De verwarring bij de ander is groot. Vragen als ‘Is ze dronken of misschien niet goed bij haar hoofd’, schuiven voor de zelfverzekerde, rechtopstaande persoon die weet hoe het hoort.

Wie niet kan zien, moet slim zijn. Het is dus zaak om de handdruk in een keer te laten slagen. Daarvoor moet je eigenlijk als eerste je hand uitsteken zodat de ander die uit gewoonte beleefdheidshalve zelf zal pakken. Dit is niet altijd eenvoudig te timen. De makkelijkste is de man of vrouw die akoestisch begint. “Goedemiddag, ik wil me even voorstellen!” Heerlijk, een lange zin om snel te scannen waar mond en handen zich bevinden. De hand kan dan als vanzelf de goede kant uit en het resultaat is meestal succesvol.

In sommige gevallen is het verstandig zoveel mogelijk dingen in je rechterhand te hebben. Een tas aan je arm, een kopje koffie, jas over je schouder. De begroeting verloopt stuntelig, maar dat komt niet omdat je het niet kunt zien. Je hebt gewoon je handen vol.

Als deze methodes niet van toepassing zijn, kun je altijd nog het verlegen type uithangen. Net doen of je het niet gemerkt hebt dat iemand je gedag wil zeggen. Rommelend in je tas, hoofd naar beneden, je wegdraaien van het geluid. Dit levert niet de leukste contacten op. Mensen denken al gauw dat je onvriendelijk bent.

Schnabbeltje

Tijdens mijn pianostudie verdiende ik bij met achtergrondmuziek spelen bij gelegenheden. Van een bevriende pianist had ik tips voor een geslaagde schnabbel gekregen. Deze waren: beleefd zijn, vrolijk lachen en niet in mineur spelen.

De pianist alleen verdiende het best. Dat gaf tevens de meeste stress. Sjouwen met piano en box bijvoorbeeld. Maar het ergste was je zonder kleerscheuren voor te stellen aan de opdrachtgever. Als het eerste contact maar soepel verliep, kwam de rest wel in orde. Zo had ik een opdracht op een rondvaartboot. Van tien tot vijf spelen op een elektrische piano met motorachtergrondgeluid. Dat is geen sinecure. Gewapend met mijn goede manieren ging ik de opdracht vervullen.

De ontvangst was allerhartelijkst. Meneer Jan F. wees me mijn plek en sprak met mij het draaiboek door. Zo, dat ging nog eens gesmeerd! Enige tijd later werd ik door iemand aangesproken. Onmiddellijk draaide ik me om en stak ik mijn hand uit. Je kunt nooit beleefd genoeg zijn. Tot mijn schrik zei de man dat hij Jan F. was. Kan gebeuren.

Na de lunch werd me gevraagd wat dansmuziek te spelen. Vanzelfsprekend stel je je even voor aan de vraagsteller. En ook dat was meneer F. Ik kwam nu wel in de knel met de beleefdheidscodes omtrent schnabbelen en vaker gevraagd worden. Aan het eind van de dag heb ik me voor een vierde keer aan de heer Jan F. voorgesteld.

Onhandig

Mijn conclusie was dat ik nooit meer op een rondvaartboot wilde spelen. De herrie van de motor en het luidruchtige gezelschap ontnamen me de mogelijkheid om aan stemherkenning te doen.

Wat was het ongemakkelijk! Dat hadden we beter kunnen doen, meneer F. en ik. Had ik nou maar bij de tweede keer voorstellen gezegd “Wat is het toch onhandig dat ik niet goed kan zien!” Een lach een grapje, en ik had mijn werk als pianist zonder gegeneerdheid kunnen doen. Ook meneer F. had zich dan ongetwijfeld beter op zijn gemak gevoeld.

Blijft over dat je je prima voor kunt nemen hoe je wilt overkomen als je iemand ontmoet. De vraag is of de ander dat alleen opmaakt uit je handdruk. Gelukkig lig ik daar niet meer wakker van.

De muzikale engel

Fijn! De kersttijd is weer aangebroken. Ik ben dol op kerstliedjes. Ze voeren me terug naar mijn eerste pianolessen. Ik was helemaal weg van het spel van Louis van Dijk. Zijn kerstplaat draaiden we grijs. Ik kon me niet voorstellen dat ik zo zou kunnen spelen.

De eerste pianolessen die ik kreeg, vond ik saai. Een blauw leerboek met oefeningen waar je iedere dag een half uur uit moest spelen. De duim afgewisseld met de wijsvinger indrukken – en dat een week lang. De keukenwekker stond op de piano. Toen wist ik nog niet dat je ook zonder boek kon spelen, want dat werd op les niet aangeboden. Het lukte me niet een verband te vinden tussen de noten in het boek en wat ik hoorde op de kerstplaat of de radio.

Op een winterdag kwam ik thuis uit school. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met de pianostemmer. Meestal is het stemmen van een piano niet bedoeld om naar te luisteren. Maar de  man die nu achter mijn piano zat, speelde steeds geweldige riedels tussen het stemmen door. Even om zijn eigen gehoor op te frissen en omdat hij gewoon een ras muzikant was. Ik stond achter de deur, aan de grond genageld. Dat wou ik ook! Hij speelde alles uit zijn hoofd. Niks geen boeken met saaie frases. In ruil voor een nieuw akkoord moest ik iets voor hem spelen. Hier is de liefde voor improviseren begonnen.

Ik had een kerst quatre-mainsboek gekregen. Met een tante die bij ons logeerde, speelde ik iedere dag een nieuw lied. De harmonieën leken op die van de pianostemmer. In die kerstvakantie kwamen  muzikaal gehoor en de noten uit het boek samen. Ik oefende net zo lang tot ik de harmonieën in de vingers kreeg.

Voortaan keek ik reikhalzend uit naar de komst van de pianostemmer. Mijn moeder hield me zogenaamd ziek thuis. Het stemritueel volgde ik vanaf de bank. Een beetje zenuwachtig, want ik wist dat ik moest voorspelen. Maar ik had goed geoefend en dat werd beloond! Sinds dien noemde hij mij  ‘mijn muzikale engel’.

Helaas is hij te vroeg overleden. Wat had ik hem graag nog eens willen vertellen hoe belangrijk hij voor mijn ontwikkeling is geweest. Tijdens mijn pianostudie kwam hij nog steeds bij mij stemmen. Speciaal op vrijdagmiddag plande hij mij als laatste in. Met een biertje spraken we over muziek. We speelden elkaar van alles voor. Van hem leerde ik dat het spelen van blad niet de enige manier is om te kunnen musiceren. Bedankt Jan, ik ben het nog steeds met je eens.